04-05-10

Opgelet: DPI is geen PPI

Als je vraagt aan welke resolutie je een afbeelding moet aanleveren, zal je vaak een getal in DPI te horen. Er bestaat veel verwarring tussen PPI en DPI en meestal bedoelen mensen PPI als ze DPI zeggen.

Simpel gesteld is het als volgt:
Pixels Per Inch (PPI) gaat over afbeeldingen op het scherm en bepaalt hoeveel pixels (beeldpuntjes) er per inch te zien zijn.
Dots Per Inch (DPI) gaat over afgedrukte afbeeldingen en bepaalt hoeveel dots (inktpuntjes) er per inch te zien zijn.
DPI en PPI zijn niet inwisselbaar, maar worden wel vaak verward. De waarde voor DPI zal altijd hoger liggen dan die van PPI.
Drukwerk gebeurt meestal met 4 inkten: de basiskleuren Cyaan, Magenta, Geel en Zwart. Bij het drukken wordt er een raster van erg kleine puntjes (Dots) toegepast. Die puntjes in basiskleuren staan in het raster erg dicht bij elkaar. Omdat het oog de aparte puntjes niet kan zien, vermengen elke 4 puntjes zich tot een kleur. Door de puntjes in het raster te laten variëren, kan de drukker op die manier alle kleuren aanmaken.
Voor elke pixel uit een afbeelding op het scherm gebruikt men bij druk dus 4 puntjes (één voor elke kleur). Bijgevolg wordt een afbeelding die aangeleverd wordt aan 300 PPI afgedrukt aan 1200 DPI (4 x 300).
Vectorafbeeldingen
Vectorafbeeldingen zijn een volledig ander beestje dan bitmapafbeeldingen. Bij vectorafbeeldingen wordt niet elk beeldpuntje apart in een raster opgeslagen.

Een vectorbestand beschrijft de afbeelding in wiskundige formules. Wacht! Loop nog niet meteen weg! Met die wiskundige formules zal u zelf namelijk weinig te maken krijgen.
Als er een vierkant in een vectorafbeelding staat, bewaart de computer het aan de hand van de hoekpunten en de lijnen daartussen.

Die manier van een afbeelding opslaan heeft twee grote voordelen:
1. De uiteindelijke bestandsgrootte is meestal veel kleiner dan bij een bitmapafbeelding. Dit komt omdat er veel minder informatie moet opgeslagen worden: slechts een paar formules in plaats van duizenden beeldpuntjes.
2. De afbeelding kan zonder kwaliteitsverlies vergroot of verkleind worden. De computer herberekent dan gewoon opnieuw de afstanden tussen de punten. Er moeten geen beeldpuntjes bijgemaakt worden.
Uiteraard hebben vectorafbeeldingen ook nadelen. Het grootste nadeel is dat ze niet geschikt zijn om fotorealistische afbeeldingen op te slaan.Meestel wroden ze dan ook gebruikt voor logo’s of illustraties.
Traditionele vectorprogramma’s zijn onder andere Illustrator en Corel Draw. In Photoshop kan je ook vectors tekenen, maar zijn de mogelijkheden om ze te bewerken wat beperkter.
Conclusie
• Bitmapafbeeldingen slaan afbeeldingen op in een hele hoop kleine puntjes (pixels).
•    De hoeveelheid pixels per inch noemen we de resolutie. De eenheid hiervoor is dus Pixels Per Inch (PPI).
• Het is moeilijk om een bitmapafbeelding te vergroten zonder kwaliteitsverlies.

12:47 Gepost door jonathan in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: gratis cursus photoshop |  Facebook |

28-04-10

1.2 Wat zijn bitmaps?

Je wil vast meteen in het programma duiken. Het is echter belangrijk dat je eerst het verschil leert tussen bitmap en vector afbeeldingen. Hoewel je tegenwoordig al aardig wat vectors kan tekenen in Photoshop wordt het traditioneel ingedeeld bij de bitmapprogramma’s.

 

Bitmapafbeeldingen
Een bitmap kan je zien als een vierkant dat opgedeeld is in allemaal kleinere vierkantjes. Elk van de kleine vierkantjes kan een verschillende kleur hebben. Omdat die vierkantjes zo klein zijn en dicht bij elkaar staan, krijg je de illusie van een vloeiend beeld.

 

De hoeveelheid kleine vierkantjes in een afbeelding bepaalt de kwaliteit van het beeld. Die verhouding (of resolutie) wordt afgemeten in PPI. Dat staat voor Pixels Per Inch. Of dus Beeldpuntjes Per Inch.
Een inch is de Engelse duim (2,54 cm). Een afbeelding met een resolutie van 300 PPI heeft dus 300 kleine vierkantjes per inch. Voor de duidelijkheid, het gaat niet om vierkante inch, maar een rij van 1 inch breed x 1 pixel hoog.
Wanneer je een bitmapafbeelding vergroot, begin je de pixels te zien. Des te meer pixels per inch, des te groter je de afbeelding kan maken vooraleer dit effect zich voordoet.

 

Afhankelijk van de uiteindelijke bestemming van je afbeelding is er een andere PPI resolutie nog.
De resolutie van een afbeelding wordt bepaald bij het aanmaken ervan. Dat kan bijvoorbeeld op een digitale camera zijn, bij het scannen van een foto of bij het aanmaken van een nieuw document in Photoshop.
Belangrijk om weten is dat een resolutie, eenmaal ingesteld bij het aanmaken van de afbeelding, nadien maar moeilijk verhoogd kan worden. Bij het verhogen moet de computer namelijk nieuwe pixels plaatsen tussen de pixels die in het originele beeld zaten. De computer maakt daarvoor een schatting aan de hand van de omliggende pixels. Het is dus zelden een goed idee om de resolutie in een afbeelding veel te verhogen. De resolutie verkleinen is zelden een probleem.
De computer moet elk puntje in een bitmapraster apart opslaan. Daardoor zijn bitmapafbeeldingen soms erg grote bestanden.

31-03-10

Gratis deel cursus photoshop

Daar zit je dan. Een oneindige hoeveelheid panelen en opties voor je. Photoshop is
inderdaad een erg uitgebreid programma. Deze cursus heeft als doel om je snel op
weg te helpen met de basis van het programma en je vaardigheden verder aan te
scherpen en zo het beste uit het programma te halen.
 
1.1 Over Photoshop
Photoshop is een erg populair programma. Web designers ontwerpen er hun
pagina’s in, illustratoren werken er hun tekenwerk in af en fotografen poetsen hun
foto’s er mee op. 
 
 
 
Vooral dat laatste is erg bekend (zelfs berucht) bij het brede  publiek. Mensen
worden voor ‘de boekjes’ soms zo sterk bijgewerkt dat er nog maar weinig gelijkenis
is met het origineel. ‘Photoshoppen’ is een werkwoord en een deel van de
hedendaagse cultuur geworden.

 

Korte geschiedenis van het programma
Photoshop zag het eerste levenslicht op een Apple Macintosh in 1987. Thomas Knoll
maakte een programma om afbeelingen in grijswaarden op een monochroom scherm
weer te geven en noemde het ‘Display’.
 
 
 
Samen met zijn broer werkte Thomas verder aan het programma en even later kon je
er ook beelden mee bewerken. De nieuwe naam werd Photoshop. Nadat ze er 200
exemplaren van hadden verkocht (gebundeld met een scanner), tekenden ze een
overeenkomst met Adobe. Vanaf 1990 werd het programma exclusief voor Apple
Macintosh verdeeld.
Het programma werd al snel een commercieel succes en hét
beeldbewerkingsprogramma bij uitstek. De exclusiviteit voor Mac zorgde er voor dat Apple computers als zoete broodjes verkochten en smeedde een sterke link tussen
Adobe en Apple.
 
 
 
Ondertussen is Photoshop uiteraard al geruime tijd beschikbaar voor Windows
computers. Het is verder blijven groeien en is momenteel het meest gebruikte
grafische programma ter wereld. Photoshop is aanwezig in zowat elke grafische
studio, bij elke fotograaf en op elk webbureau.

17-02-10

Welkom

Welkom op de blog over Audiovisuele technieken. Wij hebben een groot aanbod in avondlessen en afstandsonderwijs. Je kan bij ons digitale fotografie studeren en de beelden daarna leren bewerken in photoshop of logo's leren ontwerpen in illustrator. Ga je liever online dan kunnen wij je helpen met een opleiding tot webdesigner of uitbater van een webwinkel.... Bekijk ons aanbod in de links aan de rechterkant van deze pagina.